|
|
De twintigjarige Luna valt tijdens het roken van een sigaret uit het raam van haar studentenkamer en is op slag dood. Haar huisgenoten Natalie, Fleur en Eva blijven in diepe rouw achter.
Vooral Eva, die Luna het langst kende en lief en leed met haar deelde,
heeft moeite de plotselinge dood van haar hartsvriendin te accepteren.
Terwijl Natalie en Fleur na de begrafenis hun leven weer proberen op te
pakken, begint Eva te twijfelen aan de ware toedracht van Luna’s dood.
Waarom liegt Remco, Luna’s ex-vriend, bijvoorbeeld over h et tijdstip van zijn laatste contact met Luna? Heeft hij soms iets te verbergen? Dan krijgt Eva een stapeltje anonieme brieven in handen die gericht zijn aan Luna. De brievenschrijver vertelt over een schokkende jeugdervaring. Hebben de brieven iets met Luna's dood te maken? Joël is het intrigerende verhaal over drie vriendinnen die ieder op hun eigen manier omgaan met de onverwachte dood van hun vriendin. Terwijl ze op zoek is naar antwoorden, komt Eva erachter dat sommige dingen beter geheim kunnen blijven…
Carry Slee | 2011 | 256 pag. | 16+ | € 16.95 | ISBN 9789049924881
|
Lees hieronder alvast het eerste hoofdstuk van Joël!
Er gaat een rilling door Eva als de ouders van Luna zand op het graf van hun dochter gooien. Bart pakt haar hand. De regen drupt in haar nek, maar ze voelt het nauwelijks. Eva kan zich haar leven zonder Luna niet voorstellen. Al vanaf de brugklas waren ze hartsvriendinnen. Altijd waren ze bij elkaar. En nu is ze haar dierbare vriendin zomaar verloren. De vader van Luna geeft de schep door aan Remco, Luna’s ex. Het was nog maar een paar weken uit tussen Remco en Luna. Eva heeft Remco laatst nog in het café gesproken. Hij was zo wanhopig. ‘Ik zal haar terugkrijgen, Eva,’ bralde hij na zijn zoveelste glas bier. ‘Ik heb geduld. Op een dag komt Luna bij me terug. Jij weet het toch ook? Zeg eerlijk, Luna en ik horen bij elkaar, toch?’ Eva ging er maar niet op in. Ze had met hem te doen. Ze werd er zich opeens van bewust hoe kwetsbaar de liefde eigenlijk is. Je geeft je hart aan iemand en dan kun je hem of haar zomaar kwijtraken. Ze was nog zo blij dat Luna en zij zo hecht waren. En nu staat ze hier nog geen week later bij Luna’s graf. Remco zal haar nooit terugkrijgen. Hij is haar voorgoed kwijt, en zij ook. Remco’s gezicht is bleek als hij de schep aan Eva geeft. Ze staat daar, met de schep voor zich. Ze kijkt naar het graf, naar de bloemen op de kist, die inmiddels doorweekt zijn van de regen. Ze kan het niet bevatten dat haar vriendin daar ligt. Luna! denkt ze. Ik hou zoveel van je, ik kan je niet missen. Overal vandaan klinkt gesnik. Eva staart wezenloos voor zich uit. Dan begint alles om haar heen te draaien. Ze voelt Barts stevige arm om haar middel. ‘Blijven ademen,’ zegt hij zachtjes en hij strijkt haar over haar rug. Bijna iedereen loopt al naar de koffiekamer als Eva nog steeds bij het graf staat. ‘Kom mee, lief,’ zegt Bart. ‘Je kunt hier niet blijven staan.’ Hij trekt haar zachtjes mee naar Fleur en Nathalie, die een eindje verderop staan te wachten. Fleur dept haar ogen droog met een zakdoek en Nathalie omhelst Eva. Ze woonden met z’n vieren in hetzelfde studentenhuis – Fleur, Nathalie, Eva en Luna. Nu zijn ze nog met z’n drieën. Eva kijkt naar de mensen die naar de koffiekamer lopen. Ze snuit haar neus. ‘Iedereen is gekomen,’ zegt Fleur. ‘Maar dat had ik wel verwacht, Luna was razend populair.’ ‘Ze zal wel heel trots zijn dat er zoveel belangstelling voor haar is,’ zegt Nathalie. ‘Daar geloof ik dus niks van,’ zegt Bart. ‘Ik geloof niet dat Luna dit kan zien.’ ‘Ik wel,’ zegt Eva. ‘Hoe kan dat nou?’ zegt Bart. ‘Luna is dood.’ ‘Laat ons dat nou lekker denken,’ zegt Eva kribbig. Bart is altijd zo nuchter. Achteraan in de rij ziet ze haar ouders. Ze kennen Luna ook heel goed, omdat ze vroeger vaak bij hen logeerde. En Luna ging ook geregeld met hen mee op vakantie. Eva’s moeder wacht haar op in de koffiekamer en omhelst haar. Ze zeggen niets tegen elkaar. Het hoeft ook niet. Wat valt er te zeggen? Een jaargenoot van Luna komt naar haar toe. Ze heeft rode ogen van het huilen. ‘Ik mis Luna nu al. Ze was altijd zo positief en bijzonder.’ Eva kan geen woord uitbrengen en knikt alleen maar. Bij de koffietafel ziet ze Remco staan en ze stapt op hem af. Ze houden elkaar een tijdje vast. ‘Ik kan het nog steeds niet geloven,’ zegt hij. ‘’s Avonds kreeg ik opeens een telefoontje van Luna’s vader. “Ga even rustig zitten,” zei hij. “Ik heb een vreselijk verdrietig bericht voor je. Luna heeft vanmiddag een ongeluk gehad…” Hij vertelde wat er was gebeurd, maar ik hoorde het niet eens meer. Ik dacht dat ik gek werd. We hadden een feestje in ons huis. Ik ben meteen vertrokken. Wat ik die nacht heb gedaan, weet ik niet meer.’ ‘Het is niet te bevatten,’ zegt Eva. ‘De dag van het ongeluk hebben Luna en ik tussen de middag nog samen geluncht. We hadden hartstikke lol. Jij had haar natuurlijk al een tijdje niet gesproken, toch?’ ‘Klopt,’ zegt Remco. ‘Een week voor het ongeluk hebben we voor het laatst met elkaar gebeld.’ Nathalie komt naar Eva toe met een plak cake. Als ze ziet dat Eva wil weigeren zegt ze: ‘Eet nou maar wat. Je hebt vanochtend nog niks gegeten.’ Eva kauwt zonder te proeven. Met moeite slikt ze de muizenhapjes weg. Ze ziet dat Luna’s moeder even alleen staat en loopt naar haar toe. Ze pakt haar hand. ‘Ik mis haar zo.’ Ze begint te snikken. Luna’s moeder slaat een arm om haar heen. ‘Sorry,’ zegt Eva. ‘Voor jullie is het het allerergst en dan begin ik te zeuren.’ ‘Voor jou is het ook afschuwelijk,’ zegt Luna’s moeder. De vader van Luna tikt met zijn lepeltje tegen zijn kopje. Het is meteen stil. ‘Lieve familie, vrienden en kennissen van Luna…’ Hij neemt een hap lucht en praat met hese stem verder. ‘Ik wil jullie bedanken dat jullie hier zijn. Ik zou niet weten wat we zonder jullie steun moesten doen. Luna is zo plotseling van ons heengegaan…’ Zijn handen trillen. Hij wil nog meer zeggen, maar het gaat niet. Eva staat nog steeds in de koffiekamer als ze zich ineens doodmoe voelt. Omdat iedereen weet dat zij Luna’s beste vriendin was, willen ze allemaal met haar praten. Bart is een halfuurtje geleden weggegaan om verder te werken aan zijn project. Hij bood aan om te blijven, maar dat hoefde niet van haar. Ze weet hoe ambitieus hij is, en dan zeker achteraf zeuren dat hij een kans voorbij heeft laten gaan. Zo gaat het meestal. Haar ouders zijn ook al vertrokken. Er gaan wel meer mensen weg, dus zo gek is het niet als ze nu opstapt. Nathalie en Fleur staan met Luna’s tante te praten en daarom stuurt ze hun een sms’je. Ik ben vast naar huis x Ze geeft de ouders van Luna een kus en vertrekt. Het voelt raar als ze naar buiten gaat. Alsof ze Luna hier nu achterlaat. Het miezert nog steeds. Eva vindt het juist wel lekker om de spetters tegen haar warme wangen te voelen. Op de fiets barsten de tranen pas goed los. Niemand die het ziet in de regen. Ze weet nu al dat ze niet vaak naar het kerkhof zal gaan. Dat is niks voor haar, ze wordt daar alleen maar somber van. Trouwens, wat heeft Luna daaraan? Als ze thuiskomt, pakt ze de sleutel en gaat naar Luna’s kamer. Na het ongeluk is ze er niet meer geweest. Ze doet de deur open en blijft op de drempel staan. Alles staat nog precies zoals altijd. Luna zou zo binnen kunnen zijn. Maar ze is niet binnen, dat zal nooit meer gebeuren. Ze kijkt naar Luna’s knuffelbeer, die eenzaam op de kast zit. Toen Luna’s oma was gestorven, heeft hij wel een week bij Luna in bed gelegen. Eva loopt naar hem toe en drukt hem even tegen zich aan. ‘Hoe moet het nou met jou, Beer?’ zegt ze en ze geeft hem een kus op zijn kop. Ze zet hem voorzichtig terug en kijkt Luna’s kamer rond. Haar oog valt op Luna’s mobiel, die naast het bed aan de oplader ligt. Ze pakt hem op. Eva rilt als ze ziet dat hij nog aanstaat. Hoe vaak zal haar naam niet in het geheugen staan? Luna en zij belden zo vaak met elkaar. Ze moet een van de laatsten zijn die haar heeft gesproken. Ze kijkt naar de ontvangen oproepen. Nee, niet zij, Remco is de laatste die haar heeft gebeld. Eerst dringt het nog niet tot haar door, maar dan beseft ze het ineens. De twaalfde om kwart over vijf heeft Remco Luna gebeld. Een halfuur voor het ongeluk. Eva zit nog steeds met Luna’s mobiel in haar handen als de kamerdeur openvliegt. ‘O, zit je hier?’ zegt Fleur. ‘Word je hier niet depri van? Het was al zo’n zware dag en dan ga jij hier in je eentje op Luna’s kamer zitten. Daar word je echt niet blij van.’ Eva haalt haar schouders op. ‘Raar, hè?’ zegt Nathalie, die ook binnenkomt. ‘Het idee dat Luna hier nooit meer zal zijn.’ ‘Weet je wie ik heb gemist?’ Fleur gaat naast Eva op het bed zitten. ‘Onze huisbaas.’ ‘Nee, die schijterd durfde natuurlijk niet,’ zegt Nathalie. ‘Hij had deze toko allang moeten renoveren. Zulke lage ramen mogen helemaal niet meer. Je ziet het overal, dan zit er een hekwerk voor.’ Nathalie kijkt naar het raam dat op de straatkant uitkomt. ‘Als het mijn kamer was geweest, was dat raam nooit opengegaan. Ik zou altijd het achterraam hebben opengezet. Dat zit tenminste op een normale hoogte, maar Luna vond het juist super. Hoe vaak hebben we haar niet gewaarschuwd.’ ‘Luna zag nergens gevaar in,’ beaamt Fleur. ‘Als het buiten een beetje lekker was, zat ze in het raam te paffen.’ ‘Het is maar goed dat die ploert van een huisbaas er niet was,’ zegt Nathalie. ‘Ik vind dat hij schuldig is.’ ‘Natuurlijk niet,’ zegt Fleur. ‘Wat een onzin. Hij is geen moordenaar omdat hij een bouwval aan ons verhuurt. Utrecht staat vol met dit soort panden.’ ‘Toch is hij verantwoordelijk. Wat vind jij?’ Nathalie kijkt Eva aan. ‘Eh… wat?’ ‘Vind jij dat de huisbaas verantwoordelijk is voor Luna’s dood?’ ‘Remco heeft Luna als laatste gebeld,’ zegt Eva half in gedachten. ‘Wat wil je daarmee zeggen?’ ‘Een halfuur voor het ongeluk. Ik sprak hem in de koffiekamer. Hij zei dat hij Luna een week geleden voor het laatst had gebeld.’ ‘We zijn allemaal in de war,’ zegt Fleur. ‘Remco ook. Het maakt ook niet uit door wie en wanneer ze voor het laatst is gebeld. Het was een afschuwelijke dag vandaag. Ik zag er zo tegen op en het viel me niet mee. Laten we hier weggaan. Ik heb nog een fles wijn op mijn kamer, we gaan toosten op Luna.’ Toch klopt het niet, denkt Eva. Waarom liegt hij hierover?
|
|
|